Het lichaam van de kat

 

De lichaamsbouw van een kat is super functioneel. Van de eerste oerkat tot de huidige huiskat lijkt de evolutie maar een doel te hebben gehad: het ideale roofdier creŽren. Dit is al terug te vinden in het skelet. Een kattenskelet bestaat uit 244 botten. Door extra botten in de staart en wervelkolom Daarnaast zijn de proporties van verschillende ander botten net even anders als bij andere dieren. Hierdoor is het kattenlichaam zo flexibel.

De halswervels hebben een extra groot draaimoment. Deze hebben ook vergrote aanhechtingspunten voor de spieren. Ook de lendenwervels nemen in lengte en breedte toe. Dit geeft een zeer flexibele wervelkolom. Samen met de kruisbeenwervels ontstaat een stabiel skelet wat in evenwicht is. Door een verkleining van het sleutelbeen krijgen de schouderbladen meer vrijheid. Hierdoor kunnen ze de bewegingen van de voorpoten volgen en het lichaam smal en gestroomlijnd maken.

De opbouw van een kattenskelet biedt de mogelijkheid om snel te bewegen. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat het snelste landzoogdier een kat is: de jachtluipaard. Deze snelheid komt niet alleen door de extreem buigzame wervelkolom, maar ook doordat de kat op haar tenen loopt. De tenen hebben hierom speciale kussentjes.

Voor een roofdier is dit de beste manier van bewegen. Door op de tenen te lopen worden de ledematen langer, waardoor de stappen ook groter zijn. Daarnaast raakt maar een klein gedeelte van de voet de grond. De kussens dienen hierbij als schokdempers bij het springen en lopen. Hierdoor worden dan andere gedeeltes van het skelet weer ontzien. Doordat de kussens licht kleven, gebruikt de kat ze ook bij het landen op gladde oppervlakken. Op ruwe oppervlakken worden vooral de nagels gebruikt om houvast te krijgen.

Bij het springen speelt ook de staart een belangrijke rol. De staart zorgt ervoor dat de kat tijdens de sprong in evenwicht blijft. Door de staart kan de kat in de lucht ook 180 graden draaien en hierdoor altijd op zijn vier poten terecht komen.

                                                                                                                                                      

Het skelet

 

                                                         

1.  calcaneus  hielbeen
2.  carpals handwortelbeenderen
3.  caudal vertebrae staartwervels
4.  cervical vertebrae halswervels
5.  clavicle sleutelbeen
6.  costal cartilage #5 ribkraakbeen
7.  femur bovenbeen
8.  fibula kuitbeen
9.  humerus opperarmbeen
10. hyoid apparatus tongbeen
11. ilium darmbeen
12. ischium zitbeen
13. lumbar vertebrae lendenwervels
14. metacarpals middenhandsbeenderen
15. metatarsals middenvoetsbeenderen
16. olecranon ellepijphoofd
17. phalanges kootjes
18. pisiform bone erwtbeentje
19. pubis schaamstreek
20. radius spaakbeen
21. sacrum heiligbeen
22. scapula schouderblad
23. sternebra No. 2 borstbeen
24. tarsals voetwortelbeentje
25. thoracic vertebrae borstwervel
26. tibia scheenbeen
27. ulna ellepijp
28. xiphoid process zwaardvormig aanhangsel van borstbeen